Leerlingenvolgsysteem

Aan het eind van de basisschool gaan alle kinderen naar het voortgezet onderwijs. Een belangrijke stap in de schoolcarrière van ieder kind en de keuze dient dan ook weloverwogen en zeer zorgvuldig te geschieden. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is het leerlingenvolgsysteem.
Het leerlingenvolgsysteem wordt gehanteerd vanaf groep 1. In de laatste leerjaren werken we steeds nadrukkelijker toe naar het vervolgonderwijs. Eind groep 6 wordt de Cito-entreetoets 6 afgenomen en eind groep 7 de Cito-entreetoets 7. Veelal volgt hieruit aan het begin van groep 8 al een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs. De ouders kunnen zich dan al voorzichtig oriënteren op de mogelijke schooltypen.

De Cito-eindtoets wordt in februari in groep 8 afgenomen. Zodra de uitslag bekend is, wordt deze weer met ouders en kind(eren) besproken. De school geeft dan het definitieve advies. In dit advies worden niet enkel de schoolvorderingen meegewogen, maar ook zaken als aanleg en werkhouding.

Ook als de leerlingen onze school hebben verlaten, blijven we ze volgen. Als zij in de brugklas zitten en ook nog de jaren daarna houden wij contact met het voortgezet onderwijs over hun vorderingen en welbevinden. Op deze manier krijgen we een helder beeld of onze adviezen van destijds overeenkomen met de werkelijke mogelijkheden van onze leerlingen.

Leerlingendossier

Onderdeel van het leerlingenvolgsysteem is een aantal toetsen, een hulpmiddel om de vorderingen en ontwikkelingen van een kind in de gaten te houden. De toetsresultaten en andere voor een school relevante documenten over de kinderen worden bewaard in het leerlingendossier. De ouders die dit willen, kunnen het dossier inzien. Tijdens de rapportbesprekingen, die twee keer per jaar plaatsvinden, worden de ouders op de hoogte gehouden van de vorderingen.